Transcript Podcast 1

Gepubliceerd op 1 oktober 2021 om 10:53

Podcast 0 - De wereld van de Regionaal Operationeel Leider

 

[Twan]: Want als ik daar aan tafel zou zitten en ik ben in mn hoofd alleen maar bezig met:” “Hoe is het thuis?” en “Loopt het water al over de drempel?”, dan ben ik dus niet met mijn gedachten bij mijn operationele functie en dus moet je daar ook niet gaan zitten.

 

Intro

De melding komt binnen, je trekt je jas aan en stapt de auto in. Maar.. hoe zat het nou ook alweer met GRIP. Wanneer is iets een ramp en wanneer een crisis? Wie is er bevoegd om de medicijnen te regelen en waar kun je mensen het beste opvangen?

 

Welkom bij de podcast: GRIP op bevolkingszorg - waar we door het bespreken van actuele casussen jou als luisteraar meenemen in de wereld van rampenbestrijding en crisisbeheersing. 

 

We delen kennis en ervaring met ervaringsdeskundigen, nemen je mee in de bevoegdheden en we bespreken de verschillen tussen praktijk en theorie zodat jij ten tijde van een ramp of crisis de handvatten hebt en hierop terug kunt vallen. Samen leren we van elke casus zodat we nog beter voorbereid zijn op de eerstvolgende ramp of crisis. 

 

Mijn naam is Walter Janssen en mijn naam is Suzette Hendriks en vandaag gaan we het hebben over de regionaal operationeel leider. Veel luisterplezier.



[Walter]: De hoogst operationeel leider tijdens een ramp of crisis is de regionaal operationeel leider, ook wel ROL of OL genoemd. Wij spraken met een ROL die onder andere leiding gaf tijdens het hoogwater in Limburg Noord, Twan Jacobs. In een interview dat Suzette met hem had legt hij uit wat het inhoudt om een ROL te zijn. Ook noemt hij, hoe hij het als persoon heeft ervaren, om leiding te geven aan de operationele diensten in een ROT tijdens een meerdaags incident.

 

[Suzette]: Nou Twan, dankjewel dat je langs wilde komen om vandaag wat meer te vertellen over de rol van de ROL. Kun je jezelf even voorstellen?

 

[Twam]: Ja zeker, graag gedaan. Mijn naam: Twan Jacobs. Dagdagelijks werkzaam bij de veiligheidsregio Limburg-Noord als een van de afdelingshoofde bij de afdeling brandweerzorg. Dat is de koude functie, zo noemen we dat. Warm regionaal operationeel leider. 

 

[Suzette]: Want hoelang ben je nu al ROL?

 

[Twan]: Ik ben nu 3 jaar regionaal operationeel leider.

 

[Suzette]: En wat is een regionaal operationeel leider precies?

 

[Twan]: Om het maar vooral gewoon heel simpel te houden: een ongekleurd voorzitter van een operationeel team. Om niet te veel op de inhoud te gaan, maar je hebt natuurlijk verschillende GRIP-fases en die hebben bepaalde multidisciplinaire teams die opgeroepen worden om een klus te klaren. In de basis bij een GRIP 2 wordt een regionaal operationeel team opgeroepen. Dat heeft een voorzitter nodig en dat mag dan de regionaal operationeel leider zijn. En in de wet is die gekoppeld aan de voorzitter veiligheidsregio die als het ware in een soort ondermandaat leiding moet geven, richting moet geven, de crisisorganisatie moet inrichten op het moment dat een crisis van een bepaalde omvang zich voordoet. 

 

[Suzette]: Wat spreekt jou zo aan in die rol van regionaal operationeel leider?

 

[Twan]: Ik denk dat ik ook gewoon een beetje het haantje ben. In de zin dat ik graag mee wil doen en mee wil tekenen aan de tekentafel, zeg ik altijd. Als algemeen commandant kon dat ook en kon ik mijn kolommen goed vertegenwoordigen. Maar ik zag ook gewoon collega operationeel leiders aan die tafels zitten en toen dacht ik: dat lijkt mij ook gewoon heel leuk om te doen. Inmiddels ook wel bewezen dat ik dat ook gewoon leuk vind. Je bent er gewoon beslisser samen met je team en je mag aan de knoppen draaien. Als algemeen commandant heb je soms dat je je input levert en die wordt soms even ook geparkeerd. Terecht, dat mag. Maar de keuze maken: wat parkeer ik wel of niet, dat vind ik heel leuk om te doen. Dus, ik ben graag architect zeg ik weleens. Als operationeel leider, samen met alle teamleden, teken ik graag.

 

[Suzette]: Dat vond ik ook zo mooi dat, dan heb ik natuurlijk net de quote niet paraat, maar dat Mark Rutte ommenabij zei: “We moeten met 50% van de informatie, 100% een keuze maken”. Herken jij dat?

 

[Twan]: Ja dat herken ik, maar voor mij is dat heel normaal. Maar ik herken ook dat als wij andere kolom vertegenwoordigers aan tafel krijgen die wat minder ervaring hebben in flitsrampen of langdurige crisissen, dat daar nog wel het spanningsveld kan ontstaan. Ik snap ook dat in een ideale wereld wij het liefste keuzes willen maken die we helemaal uitgelopen hebben en dat we alles weten en dat niemand achteraf kan zeggen: je had daar linksaf moeten gaan. Zo zit het leven niet in elkaar en dat betekent soms dat als je informatiebehoefte hebt aan operationele tafel en je merkt dat een kolom daar last van heeft dat je ook buiten de vergadering om even dat gesprek moet voeren van: hé ik snap jouw worsteling, maar dit is wel het gegeven waar we mee te maken hebben.

 

[Suzette]: Hoe bereid jij je eigenlijk voor op een inzet?

 

[Twan]: Ja, kijk in de basis, het voordeel van een operationeel leider is dat we iets meer tijd hebben dan dat je als OVD met een CoPI ter plaatse moet komen. Dus die pieper gaat en eigenlijk hebben we vaak het geluk dat we het incident aan zien komen, want een incident escaleert en dat is de reden waarom dat wij als operationeel team nodig zijn. Dan kun je, als je een beetje tijd hebt, al een aantal collega’s, je informatiemanager is ook zo’n gouden functionaris voor mij waarmee je een beetje kunt sparren die je huiswerk voor kan bereiden. Tot het moment dat je echt besluit we moeten met elkaar een operationeel team inrichten. Dan heb ik persoonlijk altijd even die adrenaline rush nodig. Die ontstaat vanzelf in mijn lijf, maar die moet ik even eruit gooien en dan ga ik beginnen. Ik voel mezelf geen topsporter, maar ik denk dat iedereen die op een bepaalde manier topsport bedrijft en die adrenaline rush voelt, daar wel een weg mee vindt om dat een plek te geven. Ik heb dat exact hetzelfde en iedereen heeft dat waarschijnlijk op een ander moment. Als ik dat gehad heb, dat momentje, dat zit of in de auto rijdend naar het crisiscentrum. Dan voel ik ook aan mijn lijf: nou, we hebben de voetbalschoenen aan en we kunnen de wedstrijd gaan voetballen. Op het moment dat ik dat gevoel niet heb, weet ik ook zeker dat ik de keuze had moeten maken om een collega te bellen, want dan begin ik met één voetbalschoen aan de wedstrijd. Dat is niet echt een succes om hem goed te eindigen.

 

[Suzette]: Je vertelde net dat je eigenlijk al drie jaar dus die rol van ROL hebt. Kun je meer vertellen over jouw ervaringen als ROL?

 

[Twan]: Ja, jij zegt al drie jaar. Ik zeg pas drie jaar. 

 

*Suzette lacht*

 

[Twan]: Het is natuurlijk helemaal niks, want wat je ook merkt is: hoe hoger in de boom bij de warme functies, hoe minder inzetten heb je. Kijk, als officier van diensten heb je dagelijks/wekelijks lekker je inzetjes, anders van aard, ook gewoon heel leuk. Dan wordt je algemeen commandant en dan merk je al dat de inzet frequentie omlaag keldert en als operationeel leider is dat ook zo. Dus de valkuil voor mezelf is vooral: hoe houd je je competentie een beetje bij, want als officier van diensten hoef je daar geen moeite voor te doen. Je hebt zoveel inzetten, dat gaat gewoon ‘on the job’. Als operationeel leider vind ik zelf dat ik gewoon kritisch moet blijven in: waar ben ik ook alweer van, hoe zit dat in elkaar. Kijk, we hebben nu het hoogwater met drie operationeel leiders gedaan. De Meinweg hebben we met z’n tweeën gedaan. Toen draaide we twaalf uur als dienst, op en af. Best oke, maar de les van de Meinweg was: misschien moeten we dit in blokken van drie doen. Dit hebben we nu dus bij hoogwater gedaan en daar weten we nu van: dat is menselijk gezien gewoon beter te hendelen. Zeker als je een week lang drie ploegendiensten aan het draaien bent en de algemeen commandanten wisselen ook op verschillende tijden, maar door de Meinweg, door corona en nu ook nog door hoogwater heb ik volgens mij alle functionarissen die er bestaan in onze regio wel voorbij zien komen. Dus, leer je mensen kennen dat is de boodschap wat maakt dat je kunt vertrouwen op elkaar. Dat is deskundigheid, dat je minder onzeker hoeft te zijn over je eigen competenties. Omdat je elkaar als mens beter kent kun je ook veel makkelijker zeggen: “Goh jongens, ik weet het misschien even niet, weet iemand het wel?”. Dus de kwetsbaarheid van je eigen, “waar ben ik minder goed in?”, leg je ook makkelijker op tafel, omdat je de mens achter de functionarissen beter hebt leren kennen. Dat is in ieder geval mijn ervaring.

 

[Suzette]: Ja, mooi. Je noemt net al een aantal een aantal collega’s waar je dus veel mee contact hebt gehad tijden die inzette. Zou je zo een beetje los op kunnen noemen met wie je nou allemaal contact hebt tijdens zo’n ramp of crisis? Je noemde net al de algemeen commandanten. Heb je nog meer functionarissen met wie je intensief contact hebt?

 

[Twan]: Het rampen gilde zit standaard aan tafel, dus ik vermoed dat de gemiddelde luisteraar begrijpt dat de politie, brandweer en de GHOR die zitten er wel. Dan krijg je, afhankelijk van het incident, dat dat uitgebreid kan worden. Je zag bij het hoogwater dat dan de waterpartijen in één keer dominante plek krijgen, wat heel welkom is. Bij ons in de regio zit defensie ook gewoon standaard mee aan tafel. Communicatie valt eigenlijk onder bevolkingszorg, maar wat mij betreft ook aanschuiven afhankelijk van hoe dominant communicatie een plekje mag of moet hebben. Communicatie is bij elke crisis en bij elk incident gewoon heel belangrijk. Het is heel schools, en dat wordt je ook zo geleerd, maar het helpt echt om in het begin gewoon even de vraag te stellen: “zijn wij compleet?”. Voordat je het weet ben je op een trein gesprongen die niet compleet is en daar heb je zoveel last van. Bij hoogwater bijvoorbeeld zagen we dat de informatie sectie ontzettend dik bezet was, was ook echt nodig, maar daarmee zag je dat we heel makkelijk zaken weg konden zetten en vooruit konden blijven redeneren. Dus we moeten niet een overkill doen qua bezetting, maar je moet ook niet te snel denk: “We doen het wel met een klein clubje, want dat vind ik prettig en fijn”.

 

[Suzette]: Ik kan me voorstellen bij Limburg dat internationaal ook wel eens een rol kan spelen. Dat je internationaal ook contact hebt met collega’s. Is dat zo? Bijvoorbeeld bij die brand bij de Meinweg.

 

[Twan]: Ja, dat is zo. En ja dat verloopt in mijn ervaring ook vaak via de kolommen. Dus als je kijkt naar de Meinweg brand dan zag je dat daar heel snel vanuit de sectietafel brandweer geschakeld werd met de collega’s in Duitsland. Die ook letterlijk naast elkaar liepen, allebei een portofoon en hij gaf het door aan de duitse kant en bij ons was het via de sectie brandweer. We hebben in de koude organisatie toevallig één van mijn collega hoofden die in het dagelijkse werk gewoon hele warmen lijnen heeft met de duitse collega’s. Wat ik zie bij langdurige incidenten is dat heel snel ook even de check-vraag wordt gesteld: “Moeten we even via haar de lijn van Duitsland aflopen?”, want daar liggen hele warme lijnen. Daar ga je misschien even buiten de crisisorganisatie om, om vervolgens wel de crisisorganisatie in te trekken.

 

[Suzette]: Nou, we hebben het over een aantal inzetten gehad. Meinweg heb je net genoemd, Limburg heb je net genoemd. Wat maakt het hoogwater Limburg anders of hetzelfde dan eerdere inzetten?

 

[Twan]: Hij was anders, omdat we hem aan zagen komen. Ik weet dat iedereen dacht: “Oh, Limburg heeft hoogwater”. Ja, Zuid-Limburg had een incident en Limburg-Noord had een incident, maar twee incidenten die je totaal niet met elkaar kunt vergelijken. Wij hadden de ‘luxe’ dat we enig voorspellend karakter hadden in wat er op ons af gaat komen. Daar zaten nog meer als genoeg verrassingen in, maar we hadden in tijd iets meer tijd dan onze collega’s van Limburg-Zuid bijvoorbeeld. Als je kijkt naar de Meinweg. Dat is dan een natuurbrand, die ons ook verraste in zoverre dat er af en toe een hotspot kwam. Dan dachten we: “We hebben hem.”, en in één keer kwam er elders in zoveel hectare weer eens een hotspot naar boven en dan moesten we weer. Dus stabiliteit was daar heel lastig en de verrassingselementen zaten daarin vooral dat je denk: “We hebben hem”, en dan hebben we hem toch weer niet. En bij beide moet je dan een week lang daar proberen scenario's op los te laten en proberen de goede keuzes te maken. Dan is het altijd handig als het hoge water of de brand zich houdt aan ons scenario. Dat is wel zo prettig. Dat gebeurt natuurlijk nooit, maar dat is de improvisatie en daarop reageren. Dat was ook bij het hoogwater vond ik. Dan had je een fase dat je denkt dat het verloopt zoals we bedacht hebben en dan gebeurde er weer iets en moest je even snel aan tafel, snel keuzes maken en we gaan weer verder. Ja… dat is ook weer het mooie aan het vak.

 

[Suzette]: Je kan nog zo scenario denken, maar je zal altijd zien dat het net het scenario is waar je dan nog net niet lang genoeg bij stil hebt gestaan bij wijze van spreken.

 

[Twan]: Ja

 

[Suzette]: Nu zijn de Meinweg en het hoogwater in Limburg allebei meer daagse incidenten. Wat verschilt dat van een kortdurend incident, een flitsramp?

 

[Twan]: Nou… dat verschilt in zoverre dat je bij de start van het incident doe je eigenlijk altijd hetzelfde. Je zit even kort bij elkaar. Wat komt er op ons af en hoe ga je dat tackelen. Maar heel snel krijg je in de gaten dat het bij de ene heel lang gaat duren en bij de ander je een uur praat. Bij de variant waar je een uur verwacht tot het incident afgelopen is, dan heb je relatief weinig tijd om allemaal die scenario's uit te lopen. Bij een langdurig incident, in mijn ervaring in ieder geval, hadden we bij beide ook gewoon de tijd om huiswerk te gaan doen, scenario teams in te zetten. Hebben we overal aan gedacht? Als we nu linksaf gaan, wat gebeurt er dan? Als we nu rechtsaf gaan, wat gebeurt er dan? Ik vind dat je bij een langdurig incident ook gewoon de tijd moet gebruiken om met scenario teams proberen vooruit te redeneren, want dat is pure winst. Bij langdurig inzet moet je ook echt serieus aflos gaan organiseren, vergaderklok erin brengen, proberen daar aan vast te houden, dat biedt namelijk ook gewoon structuur in je crisis voor je eigen vergader club. Dat vond ik én goed werken én een groot verschil. Ja, je aflos. Denk niet: “Oh, dat doe ik wel even twaalf uur of zestien uur.”, want je zal maar net in de laatste fase van je dienst een hele belangrijke beslissing moeten nemen en dan ben je misschien wel het minst scherp. Misschien moet je die dan juist even bewaren voor de collega die fris op dienst komt. Zijn ook de leermomenten waar je zelf tegenaan loopt.

 

[Suzette]: Dat vond ik zelf ook mooi om te zien, en ook lastig om te zien. Het was natuurlijk een incident wat én heel Limburg betrof, dus daarom niet alleen de veiligheidsregio’s, maar ook de gemeente. En dat mensen én voor de gemeente werden ingezet, maar ook voor veiligheidsregio en dan ook nog zelfs  soms emotioneel zelf betrokken waren, omdat ze zelf hun eigen huis moesten evacueren. Hoe heb jij dat ervaren?

 

[Twan]: Ja… ik wist dat de plek waar mijn huis staat in 1993 en 1995, toen bestond die wijk helemaal nog niet. Het stond wel onder water. Op één of andere manier had ik niet het gevoel dat ik thuis iet moest gaan organiseren. Het voordeel van de crisis is dat je zelf vooraan zit en je weet hoe het gaat lopen. Ik had ook geen enkel idee, voor mij persoonlijk, het gevoel dat ik thuis iets omhoog moet gaan zetten, want wellicht gebeurt er iets. Dat vond ik geen realistisch scenario. Ik als vader en echtgenoot heb best wel eens een realcase gedaan voor mij thuis en dacht: “Ik hoef niks te doen”. Ik zag natuurlijk wel collega’s die daadwerkelijk in gebieden zaten die wel iets moesten. Die ook letterlijk bij één van de collega’s in de dienst zeiden van: “Ik moet gewoon vertrekken, want ik moet thuis iets gaan doen”. Ja, daar moet je alle ruimte voor geven. Ik zag ook de oranje kolom enorm worstelen qua bezetting, wat ook logisch is. Want als je kijkt naar de afdeling communicatie: de gemeente is aan het communiceren, de veiligheidsregio is aan het communiceren, niet één gemeente, maar alle Maasgemeenten. Dus er zat ook een personeel probleem in de bezetting, daarom vond ik het persoonlijk wel een goede move dat ik opeens vreemde gezichten zag uit andere regio’s. Maar dat houd je ook scherp, houd je ook fris en houd je ook objectief. Want als ik daar aan tafel zou zitten en ik ben in mn hoofd alleen maar bezig met:” “Hoe is het thuis?” en “Loopt het water al over de drempel?”, dan ben ik dus niet met mijn gedachten bij mijn operationele functie en dus moet je daar ook niet gaan zitten. Ik zag het bij andere sectietafels, collega uit andere regio’s ontstaan. Ik vind het een goede ontwikkeling. Bewees wat mij betreft ook wel dat dat gewoon werkt in tijden van crisis. Maarja, als je persoonlijk belast bent moet je vooral niet daar zijn. Als je met name de collega’s niet bezet krijgt, moet je vooral de hulp vragen buiten de regio, want ook bij zo’n incident heb ik gezien dat iedereen heel graag wel wil komen helpen. Als het morgen bij de buren gebeurt, doen wij precies hetzelfde.

 

[Suzette]: Ook al een klein beetje over gehad. Wat heb je geleerd van eerdere inzetten wat je mee had genomen naar de inzet in Limburg?

 

[Twan]: De tijdsduur van je eigen inzet. Ik zei het al, bij de Meinweg deden we met twee man twee keer twaalf en nu hebben hebben we daar met drie man drie keer acht van gemaakt. En ik denk dat dat menselijk gezien, voor mij in ieder geval, beter paste. Zorg goed voor elkaar en dat zit dus ook in de logistiek bij een langdurige inzet. Niet alleen overdag en in de avond goed eten, maar ook voor de nachtdienst. Want dan is er niemand eigenlijk meer om dat te organiseren, dus zorg dat dat overdag dan gewoon gebeurt. Probeer over dat soort randzaken ook na te denken, zodat je dat in je dagdienst weg kunt zetten voor de opvolgende ploeg. Ik heb altijd geleerd als je in één keer merkt dat je tijd over krijgt in een incident, dan kan dat twee dingen feitelijk betekenen. Of je hebt een enorme blinde vlek en die komt als een boomerang een keertje op de tafel of je zit met z'n allen vrij goed aan de bal en je moet dan ook de tijd durven pakken. Je moet één: accepteren dat je dus tijd hebt en ga die dan ook nuttig inzetten. Ga dan niet denken: “Oh ik ga werk naar me toe halen.”. Als je nog een CoPI hebt, iedereen die ooit in een CoPI heeft gezeten die kan zich elk incident herinneren dat het OT dingen van het CoPI is aan het doen. Dan zegt iedereen in het CoPI: “Waarschijnlijk hebben ze tijd over, want ze zijn ons werk aan het doen.”. In die valkuil moet je dus niet stappen. Dat vind ik zelf heel handig aan mijn ervaring vanuit de straat, dat ik me die vraag soms letterlijk stel in m’n hoofd. “Oké, we hebben nu tijd over. Ben ik nu werk van het CoPI aan het doen of niet? Zitten we allebei nog in de goede rol? Wat kunnen wij nu nog ondertussen nog aan ander werk verzetten?”. De ervaring vanuit de straat maakt dat ik kan reflecteren op mijn eigen werk als operationeel leider om minder snel in de valkuil te stappen die ik in het verleden zelf wel eens irritant vond toen ik aan de andere kant van de tafel zat. 

 

[Suzette]:Wat is je nu persoonlijk, als je erop terugkijkt, het meeste bijgebleven van de inzet bij het hoogwater?

 

[Twan]: Dat het best bijzonder is als je woonachtig bent in de gemeente waar in dit geval letterlijk het water doorheen gaat, dat je voor de dienst en na het einde van de dienst elke keer die Maas overging, ik in ieder geval en live kon zien hoe de situatie was. Kijk, bij de Meinweg was het in de gemeente Roerdalen. Toen ben ik als afsluiter, de laatste dag, daar naartoe gegaan om te kijken wat hebben we in godsnaam allemaal bedacht de afgelopen week en hoe ziet het hier er uit.
Hele kleine anekdote uit de Meinweg: Wij hadden een heel klein rood streepje op het scherm staan in het RCC, daar hadden wij opdracht gegeven dat defensie daar het bos vrij ging maken. Dat ziet er in het echt heel anders uit dan een klein rood streepje. Maar dat is heel goed voor mij, om daar beeld bij te hebben. Nu kon ik elke ochtend en einde van de dienst live zien hoe de Maas erbij stond. Of de coupures het hielden wel of niet? Kan ik rustig gaan slapen? 

 

[Suzette]: En wat vond je het moeilijkst aan jouw rol als regionaal operationeel leider?

 

[Twan]: Ik vind soms wat lastiger om de bestuurlijke dilemma's de juiste prioriteiten te geven. Ik weet heus wel dat politiek één en één drie is, maar in een crisis heb ik ook wel soms de neiging om een beetje, niet lullen maar poetsen. We staan voor een gezamenlijke opdracht en dat gaan we even doen. En dan heb ik misschien wel geen tijd in de ‘één-en-één-is-drie-variant’. En toch is die er en toch moet ik er aandacht voor hebben. Dus ook voor mij persoonlijk altijd in de afstemming met de burgemeester of voorzitter veiligheidsregio ben ik me daar altijd heel bewust van.

 

[Suzette]: Oke, dankjewel. Mijn laatste vraag is eigenlijk: is een inzet voor jou nog wel spannend met al deze ervaring?

 

[Twan]: Het is nog steeds maar een hele beperkte ervaring. Elke inzet is heel leuk, elke inzet heeft andere elementen. Je vroeg al naar het verschil tussen flitsramp en langdurige ramp. Toen ik mijn… Toen ik mijn examens algemeen commandant Ghor deed, kreeg ik het examen waarbij ik een ziekenhuis moest ontruimen, dit dilemma werd mij voorgelegd. Toen zei de examencommissie achteraf: “Dat gaan we in Nederland nooit meemaken.”. Tijdens hoogwater is VieCuri ontruimd. Toen heb ik tegen een collega gekscherend gezegd: “Weet je nog toen ons examen casus? Het zou nooit gebeuren, en toch is het gebeurd.”. Wie mij verteld had, drie jaar geleden toen ik begon als operationeel leider, dat ik twee langdurige inzetten zou krijgen. Eentje brand gerelateerd en één hoogwater, had ik voor gek verklaard. Het is gewoon heel leuk werk en elke functie heeft zijn eigen dimensie. Je kunt je vak zo leuk maken als je zelf wil. Zodra ik die adrenaline rush nog krijg en met mensen mag werken waar ik het heel leuk mee vind en met een gezamenlijk doel, dan is geen enkel incident te groot of te klein voor mij. 

 

[Suzette]: Dankjewel

 

[Twan]: Alsjeblieft

 

[Walter]: En na al jullie enthousiaste reacties op de vorige podcast, konden we er natuurlijk niet omheen, daarom onze vaste rubriek. 

Walter’s wijntip:

Deze keer speciaal een wijn uit Nederland en natuurlijk, hoe kan het ook anders met dit onderwerp, uit Limburg, uit het stadje Thorn. In 2001 zijn ze op het wijngoed Thorn begonnen met het telen van druiven en het maken van wijn. Inmiddels beslaan de wijngaarden ruim 6,5 hectare en maken ze voortreffelijke wijnen zoals: de Dornfelder. Een donkerrode soepele elegante wijn. Volle smaak met veel rood en zwart fruit. Gerijpt op oude vaten van frans eikenhout. Weer een aanrader… PROOST!

 

Outro

Bedankt voor het luisteren naar deze podcast. Wil je meer weten kijk dan op onze website www.gripopbevolkingszorg.nl. Op de site vind je een transcript van deze podcast mocht je het nog terug willen lezen. Heb je nog vragen, opmerkingen, ideeën voor een onderwerp of wil je meer weten over een bepaalde casus laat het ons dan weten. Tot volgende maand.


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.